Het conviviale Manifest (2013)

(perspectief 1) Harde strijd voor een leefbare aarde!

De economie in evenwicht met de schoonheid van de natuur

Verkorte versie van het Convivialistisch Manifest, 2013

Wederzijdse afhankelijkheidsverklaring

Nooit tevoren heeft de mensheid beschikt over zo’n rijkdom aan materiële grondstoffen en nog nooit stond haar zoveel technische en wetenschappelijke kennis ter beschikking. Alles in ogenschouw nemend is de mensheid rijker en machtiger dan iemand zich ooit in vorige eeuwen had kunnen voorstellen. Of we als gevolg daarvan gelukkiger zijn, is nog maar de vraag. Maar niettemin zullen slechts weinigen de klok terug willen draaien: we zijn ons ervan bewust dat iedere nieuwe dag nog meer mogelijkheden biedt voor het vervullen van persoonlijke en collectieve mogelijkheden en verlangens. Tegelijkertijd zijn er veel redenen waarom deze concentratie van macht niet onbeperkt door kan gaan met zijn voortdurende technische vooruitgang zonder dat die zichzelf vernietigt en het morele en fysieke voortbestaan van de mensheid in gevaar brengt. De eerste bedreigingen die we aan moeten pakken zijn van materiële, technische, ecologische en economische aard.

Moeilijker nog is het om te bedenken hoe we een tweede soort bedreigingen moeten aanpakken, nl. morele en politieke bedreigingen.

Het fundamentele probleem

Het bewijs tekent zich af voor onze ogen: de mensheid is erin geslaagd onvoorstelbare vooruitgang te boeken op wetenschappelijk en technologisch gebied, maar staat tot dusverre machteloos ten aanzien van het meest basale probleem: hoe om te gaan met rivaliteit en geweld tussen mensen? Hoe kun je samenwerking bevorderen en tegelijkertijd ruimte bieden aan confrontaties zonder dat dit leidt tot dodelijk geweld? Hoe stoppen we de nu onbeperkte en in potentie zelfdestructieve concentratie van macht over mens en natuur?

Als we niet op korte termijn met antwoorden hierop komen, dreigt de mensheid uit te sterven. En dat terwijl alle materiële voorwaarden voor welvaart aanwezig zijn, mits we volmondig erkennen dat die materiële bronnen wel eindig zijn.

Aanzetten

Er liggen al heel wat aanzetten tot zulke antwoorden besloten in (soms eeuwenoude) religieuze, morele, filosofische en politieke leersystemen en ook in de sociale wetenschappen. Bovendien zijn er tal van initiatieven die zich richten op een alternatief voor de manier waarop we de wereld momenteel inrichten, die door tienduizenden organisaties en associaties, en door honderden miljoenen mensen uitgevoerd worden. Die initiatieven zijn te vinden onder allerlei namen, vormen en schaalgroottes: het kan gaan om de verdediging van mensenrechten in het algemeen, maar ook om de rechten van burgers, werknemers, werkelozen, vrouwen en kinderen. En ook om de solidariteitseconomie en alles wat daarmee te maken heeft: producenten- en consumentencoöperaties, mutualisme, fair trade, alternatieve en complementaire munteenheden, lokale ruilsystemen, wederzijdse hulp-associaties en tal van organisaties op het gebied van deeleconomie (Linux, Wikipedia etc.), de growth en post-development-beweging, de slow food, slow town en slow science bewegingen, de roep om buenvivir, dierenrechten, de bewondering voor Pachamama, anti-globalisatie, politieke ecologie en radicale democratie, de indignados en OccupyWallstreet; de zoektocht naar alternatieve indicatoren voor welvaart en welzijn; bewegingen voor persoonlijke groei, voor interculturele dialoog, voor simple living en commons denken etc.

Kans

Als deze rijkgeschakeerde initiatieven een kans willen maken om de dodelijke dynamiek in deze wereld te keren, moeten ze niet gemarginaliseerd worden tot een protestbeweging die de levensbedreigende trends afzwakt, maar moet al hun kracht en energie gebundeld worden. Daartoe moeten we eerst verhelderen wat deze bewegingen gemeenschappelijk hebben in plaats van ons te richten op wat hen van elkaar onderscheidt.

Over convivialisme

Wat zij gemeenschappelijk hebben is dat ze allemaal op zoek zijn naar convivialisme, d.w.z. een manier van samenleven (con-vivere) die mensen in staat stelt zorg te dragen voor elkaar en voor de Natuur, zonder de legitimiteit van het conflict te ontkennen, maar dat te gebruiken als een kracht die dynamiek en creativiteit in zich bergt, waarmee geweld en doodslag afgewend kunnen worden. Om dit te bereiken moeten we een minimum set van basiswaarden definiëren die we allemaal kunnen onderschrijven en die ons in staat stelt om gelijktijdig en voor de hele planeet geldige antwoorden te geven op minimaal vier basisvragen.

Basisvragen

De morele vraag: Wat mogen individuen nastreven en op welk punt moeten zij zichzelf beperkingen opleggen?

De politieke vraag: Welke politieke gemeenschappen zijn legitiem?

De ecologische vraag: Wat mogen we nemen van de natuur en wat moeten we teruggeven?

De economische vraag: Hoeveel materiële rijkdom mogen we produceren binnen de grenzen van de antwoorden die we geven op de morele, politieke en ecologische vragen?

– Iedereen is vervolgens vrij om al dan niet aan deze vier vragen nog vragen toe te voegen over hoe wij ons moeten verhouden tot het bovennatuurlijke of onzichtbare, m.a.w. de zingevingsvraag.

Overwegingen van algemene aard

De enige legitieme vorm van politiek is een politiek die zich laat inspireren door de principes van humaniteit, gemeenschapszin, individualiteit en conflicthantering.

  • Het principe van gedeelde humaniteit: ondanks verschillen in huidskleur, nationaliteit, taal, cultuur, religie, welvaart, gender en seksuele geaardheid is er slechts een humaniteit, een mensheid, en die mensheid moet gerespecteerd worden in elk van de leden van die mensheid.
  • Het principe van gedeelde gemeenschapszin: mensen zijn sociale wezens en hun grootste rijkdom wordt gevormd door sociale relaties.
  • Het principe van individualiteit: met bovenstaande twee principes in het achterhoofd moet een legitieme politiek ons in staat stellen ons volledige individuele potentieel te ontwikkelen, zonder dat wij anderen schade berokkenen.
  • Het principe van creatieve conflicthantering: gegeven het feit dat ieder mens erop gericht is zijn eigen individualiteit tot uiting te laten komen, is het onvermijdelijk dat mensen soms tegenover elkaar komen te staan. Maar dat is alleen gerechtvaardigd als dit het principe van gemeenschappelijkheid, dat rivaliteit beperkt tot een productieve en niet-destructieve kracht, niet in gevaar brengt.

Uit deze principes vloeien voort:

 Morele overwegingen

Ieder individu mag leven vanuit de hoop dat hij met dezelfde waardigheid erkend wordt als alle andere menselijke wezens en dat zijn materiële behoeften voldoende vervuld worden om een naar zijn opvatting goed leven te leiden, met respect voor de opvattingen van andere mensen.

Daarentegen mag geen enkel mens zich onderdompelen in overvloed (het Griekse ‘hubris’), het principe van gemeenschappelijke humaniteit schenden en de gemeenschapszin in gevaar brengen. Dit betekent in concreto dat ieder van ons de plicht heeft om corruptie te bestrijden.

Politieke overwegingen

Vanuit convivialistisch perspectief kunnen staten, regeringen en politieke instituties slechts legitiem zijn als zij de vier principes van gedeelde humaniteit, gedeelde gemeenschapszin, individualiteit en conflicthantering respecteren, en zich inspannen om de morele, ecologische en economische consequenties die daaruit voortvloeien te implementeren.

Meer specifiek betekent dit dat staten hun armste inwoners een minimum inkomen (in wat voor vorm dan ook) garanderen om te voorkomen dat zij tot schandalige armoede vervallen. En zij verbieden langs progressieve weg, door het instellen van een maximum inkomen, de rijkste mensen om zich onder te dompelen in een schandalige rijkdom, zodat ze een inkomensniveau bereiken dat in overeenstemming is met de principes van gedeelde humaniteit en gedeelde gemeenschapszin.

Ecologische overwegingen

Mensen kunnen zichzelf niet langer beschouwen als eigenaars van en heersers over de natuur. Op basis van het grondbeginsel dat wij niet tegenover de natuur staan, maar er deel van uitmaken, moet de mens leren zich opnieuw tot de natuur te verhouden – in elk geval als metafoor – in termen van geven en nemen.

Teneinde in de toekomst een op basis van rentmeesterschap beheerd natuurlijk erfgoed aan volgende generaties over te dragen, moet de mens evenveel, of meer, aan de Natuur teruggeven dan hij ervan genomen of ontvangen heeft.

Economische overwegingen

Het verband tussen financiële en materiële rijkdom enerzijds en geluk en welzijn anderzijds is nog nooit bewezen. De ecologie van onze planeet vraagt van ons dat we op zoek gaan naar alle mogelijke vormen van welvaart die niet gebaseerd zijn op groei. Dit betekent dat we ons een breed geschakeerde economie ten doel moeten stellen waarbij we steeds zoeken naar de balans tussen de vrije markt, de publieke sector en de (sociale en solidariteits-) economie. Dit alles afhankelijk van de vraag of de betreffende goederen en diensten voor individuele, collectieve of lokale behoeften geproduceerd worden.

Wat moeten we doen?

We moeten onszelf geen rad voor de ogen draaien: als we willen slagen, zullen we het moeten opnemen tegen een aantal formidabele tegenkrachten: financiële, materiële, technische, wetenschappelijke, intellectuele, militaire en criminele krachten.

Tegenover deze enorme, vaak onzichtbare of niet te lokaliseren krachten, zijn onze drie voornaamste wapens:

verontwaardiging ten opzichte van overdaad en corruptie, en het gevoel van schaamte dat we moeten oproepen bij een ieder die, direct of indirect, actief of passief, de principes van gedeelde humaniteit en gedeelde gemeenschapszin schendt;

het gevoel dat we deel uitmaken van een wereldwijde gemeenschap;

– verder reiken dan ‘rationele keuzes’, en actief emoties en hartstochten mobiliseren.

Breuk en transitie

Iedere praktisch georiënteerde convivialistische politiek zal met het volgende rekening moeten houden:

– De absolute imperatief van het rechtsbeginsel en van de sociale gemeenschap. Dit impliceert het wegwerken van de duizelingwekkende ongelijkheid tussen rijken en de rest van de bevolking, zoals die sinds de jaren ’70 gegroeid is.

– De wens om een stem te geven aan regionale en lokale verbanden en zo datgene te re-territorialiseren en re-lokaliseren wat door de globalisering in extreme mate geëxternaliseerd is.

– De absolute noodzaak om onze natuurlijke hulpbronnen en het milieu te beschermen.

– De dwingende opdracht om werkeloosheid uit te bannen en iedereen te verzekeren van een respectabele rol en functie die bijdraagt aan het bereiken van maatschappelijk zinvolle doelen.

Wanneer het convivialisme vertaald wordt in praktische maatregelen moet het concrete antwoorden gaan geven op de dringende vraag hoe we de levens van mensen in achterstandssituaties kunnen verbeteren, en op de vraag hoe we een alternatief kunnen ontwikkelen voor onze huidige manier van leven, die zoveel gevaren met zich meebrengt. Het convivialisme moet een alternatief aandragen dat mensen niet langer laat geloven in de stelling dat oneindige economische groei nog steeds het antwoord vormt op al onze zorgen en ellende.

Vertaald uit het Frans en Engels door RiemkeLeusink-Bernelot Moens e.a.